Kort uitgelegd

Deel dit mooie concept

Open Space Onderwijs bestaat uit twee componenten. Een leerdeel waar 1/3 van de tijd aan besteed kan worden en een ontwikkeldeel voor de rest van de tijd. Van de leerlingen wordt verwacht dat ze op eenzelfde manier blijven leren zoals ze hebben leren lopen of praten, met ondersteuning, het zelf onder de knie zien te krijgen. Met lopen en praten is dit gelukt, waarom zou dit niet kunnen met andere zaken?

In de tijd van het ontwikkeldeel krijgt de leerling alle mogelijkheden om zelf de eigen talenten te vinden die hem of haar verder laten komen in het leven. Of dat in sport is, in ‘wetenschappelijk’ knutselen, in muziek maken of in het schrijven van boeken of toneelstukken, ze kunnen het allemaal kort of lang uitproberen omdat zij zelf de keuze maken en ‘het proberen’ uitvoeren. Daarnaast is het inspirerend om andere leerlingen zich te zien uitleven in hun talent.

Het leerdeel bestaat uit onderwerpen. Elk onderwerp is een gegroepeerd deel van datgene wat de overheid en dus maatschappij graag wil dat een kind leert en later kent. Voor het basisonderwijs zijn er ongeveer 14 onderwerpen en voor het voorgezet onderwijs zijn er ongeveer 35 onderwerpen te groeperen. Open Space Onderwijs gaat uit van het maximale en laat aan de leerling over hoe ver die komt per onderwerp. Het leren kan op initiatief van de leerling, in groepjes of individueel door hen uitgewerkt worden.

Elk onderwerp wordt belicht in ongeveer 10 methodes van het onder de knie krijgen. Voor leerlingen die talig zijn of juist wiskundig sterk zijn tot beelddenkers en alles wat daartussen zit. Per onderwerp komt er ook duiding waar en hoe het onderwerp gebruikt wordt in het hier en nu en ook duiding waar het onderwerp vandaan komt en hoe het geëvolueerd is tot wat het is vandaag de dag. Er wordt geen oefenmateriaal toegevoegd opdat de leerling niet de eigen motivatie verliest om het zich op de eigen manier eigen te maken. Voor elk onderwerp zijn er zelf tal van oefeningen te bedenken, te vinden op het internet of aangereikt te krijgen van medeleerlingen of ouders.

Elk onderwerp wordt afgesloten met een test. Hier wordt getraceerd hoe goed een leerling er in is geslaagd om dat onderwerp onder de knie te krijgen. De leerling krijgt een duidelijk idee op welk niveau hij of zij het onderwerp kan gebruiken in de toekomst. En daarmee kan de leerling ook bepalen in welke richting zijn ontwikkeling het beste kan zijn. Zo wordt de leerling zelfsturend in diens ontwikkel- en leertraject.

Open Space Onderwijs biedt een onderliggende structuur zodanig dat de leerling weet wat het kan doen en zich volledig kan richten op het zelf leren en ontwikkelen. Het is te vergelijken met de ondersteuning die je een kind biedt als het leert lopen en praten. De leerling wordt de ruimte gegeven om alle onderwerpen te bekijken en er aan te werken als de leerling en het onderwerp samenkomen.

De leerkracht c.q. pedagogisch begeleider helpt leerlingen op aanvraag, overziet de algemene en specifieke ontwikkeling per leerling en evolueert dit, indien nodig, met de leerling. Daarnaast is hij of zij de bewaker van de onderliggende structuur en een aanspreekpunt voor de ouders.

 

Deel dit mooie concept